De grondslag voor de gegevensverwerking

 

Elke gegevensverwerking moet gebaseerd zijn op ten minste een van de in artikel 6 lid 1 AVG weergegeven gronden. In dit geval is de grondslag de verkregen toestemming door de betrokkene (deelnemer) voor de aangegeven specifieke doeleinden.


De deelnemers maken gebruik van door de gemeente aangeboden leertrajecten. Een deelnemer kan in het geval deze dat wil maar is daartoe niet verplicht een aantal (in het algemeen drie) metingen in een periode van een aantal maanden laten afnemen om de resultaten van het gevolgde leertraject te meten. De deelnemer wordt voor het invullen van de vragenlijst gevraagd in te stemmen met de verzameling en verwerking van de persoonsgegevens. De verzamelde gegevens worden gebruikt om de deelnemer zelf te informeren over de resultaten. Daarnaast worden de gegevens na anonimisering overgebracht naar een tweede database. De geanonimiseerde gegevens worden gebruikt voor het onderzoek naar de impact van de gevolgde leertrajecten.

 

De toestemming moet in vrijheid zijn gegeven en niet onder druk tot stand zijn gekomen. De toestemming is specifiek gericht ten eerste op de verwerking van de gegevens om de individuele resultaten te kunnen meten en aan de deelnemer te kunnen rapporteren en ten tweede om de impact van de gevolgde leertrajecten te kunnen monitoren. De deelnemer wordt ook geïnformeerd dat daarvoor de  verkregen persoonsgegevens worden geanonimiseerd en daarna worden gebruikt voor het onderzoek naar de impact van de gevolgde leertrajecten. De deelnemer moet expliciet een vakje aankruisen, zodat duidelijk blijkt dat de deelnemer instemt met de voorgestelde verwerking van zijn persoonsgegevens.